|
| Yolanda Entius - over | biografie | cv | contact | over Yol |
• Interview Vivian de Gier HP?De Tijd maart 2011 |
andere ogenHoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Ditmaal actrice, regisseur en schrijfster Yolanda Entius (45) van wie vrijdag haar tweede roman Alleen voor helden verschijnt. Waarom heeft u zichzelf zo getekend? Ik zit weer met opgetrokken knieën om te compenseren dat ik niet op stoelen pas, die zijn voor mij altijd te groot. Ik ben 1.53 m. Dus als ik gewoon ga zitten, bungel ik altijd als een kind met mijn benen. Maar, ik besef tegelijkertijd ook dat het niet normaal is dat je als vrouw van 45 met opgetrokken benen op een stoel plaatsneemt. Heeft u last van uw kleinheid? Ach, er zijn altijd wel mensen die de neiging hebben om je een kusje op je voorhoofd te geven of je aaien. Ik knarsetand in mijn slaap, dus ik heb ook van die hele kleine tandjes. Ik eet ze op. Heel erg lastig, en ook een gek gezicht met die vierkante kaken van mij. U ziet er anders best wel kordaat uit. Die uitstraling kan wel kloppen. Sommigen beschouwen mij als een pitbull. Als ik mijn tanden ergens in zet, laat ik niet zo heel gauw meer los. Wie a zegt, moet ook b zeggen. Die mentaliteit. Ik hou er niet van om dingen maar een beetje te doen. Dat is karakter hoor, geen ambitie. Ik ben een vechter, geen streber. U heeft zichzelf in uw portret wel lieftallig in de bloemetjes gezet. Dat zijn dus pompoenen. Ik hou erg van de natuur, van groenten, van buitenzijn. Ik ben ook een enorme bergwandelaar. Welke plaats neemt u in in ons artistieke landschap? Ik ben als actrice begonnen en heb zelf films gemaakt, maar ben nu als schrijver op mijn plek terechtgekomen. Mijn tweede roman komt uit, aan mijn derde boek ben ik inmiddels begonnen – ik ben me meer dan ooit aan het profileren. Ik ben een magische grens over. Ik zal volgende week niet ineens meer besluiten dat ik alsnog liever danser word. Wat is het mooiste compliment dat men u kan geven? Dat ik lief ben. Mensen denken namelijk heel vaak dat ik streng ben. Dat is niet zo, ik ben alleen heel direct, waardoor men zich snel aangevallen voelt. Hoe kan men u beledigen? Door het omgekeerde met mij uit te halen. Zeggen dat je iets mooi van me vindt, maar het niet menen. Wat is het grootste misverstand over u? Dat ik onaardig ben. Als je staat voor wie je zelf bent en wat je doet, dan kun je toch wel tegen een stootje? Wat vinden mannen aantrekkelijk aan u? Wat ze in het algemeen van mij vinden, weet ik niet, maar mijn vriendje vindt dat ik een lekker lijfje heb. Ik ben ook soepel en lenig. En ik kan heel goed dansen. Misschien dat mannen dat ook wel leuk vinden. Wat is een terugkerende reactie van collega’s? Als actrice vonden ze mij wel moeilijk. Terecht. Ik liet me niet gemakkelijk regisseren. Ik kan me moeilijk overgeven. Dat heeft rechtstreeks te maken met mijn jeugd. Een reactie op een tirannieke vader: niemand gaat mij zeggen hoe ik iets moet doen, nóóit meer. In welke situatie bent u zichzelf niet? Vroeger was ik heel vaak verliefd op mensen die veel te ver weg stonden. En dan ben ik helemaal mezelf niet, een rare muurbloem, kwijlerig. Het komt nog wel voor in het gezelschap van mensen die ik op een voetstuk heb gezet. Hoe zou u het liefst herinnerd willen blijven? Hoewel het leuke wezens zijn, heb ik zelf geen kinderen. Dus het zullen de kinderen van anderen moeten zijn. Ik hoop dat ze zich mij herinneren als ‘die leuke vriendin’ van hun moeder. |
| |
|
|
In de smaak van de stad uitgezonden op 8 november 2007 http://www.kortamsterdams.nl/web/ vertel ik over de Sarphatistraat. Ik wilde natuurlijk een beetje reclame maken voor mijn nieuwe boek en had de Sarphatistraat en Alleen voor helden heel kunstig in elkaar gevlochten met mijn eigen geschiedenis op de Sarphatistraat. Kijk maar: Mijn plek is de Sarphatistraat 91-huis. Het was mijn eerste echte huis. Ik kwam van de Zilverberg, die de zelfmoordflat werd genoemd. Ik studeerde toen geschiedenis en Bert een ouderejaars wist dat ik op zoek was, en vroeg me met hem dit pand te kraken. Op 3 april 1981 ’s ochtend vroeg, gingen we met wat handige jongens en meisjes van het kraakspreekuur naar binnen en spijkerden enorme beddenspiralen voor de ramen. Ik vond het een prachtig huis, echt een huishuis en ik had enorm veel zin om wortel te schieten. En achter, aan de kant van de Valkenierstraat was een klein donker plaatsje bedekt met stoeptegels dat ik om zou toveren tot een tuintje. Maar zover kwam het niet want ik was in stilte verliefd op Bert en die was dat niet op mij, die was luidruchtig verliefd op zijn vriendin. Dus ik vertok. Maar in mijn nieuwe roman Alleen voor helden komt dat tuintje er wel, en dat is het leuke aan schrijven: je kunt de dingen een beetje naar je hand zetten. Maar sommige dingen zijn hardnekkig, want ook in die fictieve Sarphatistraat sluimert de liefde. Twee van mijn helden zijn heimelijk verliefd op David, en in datzelfde tuintje zal David aankondigen dat hij met zijn vriendin gaat samenwonen. Toch is hij het die de beste herinneringen aan de Sarphatistraat overhoudt. Noem mij een wonderlijke kerel, zegt hij met een knipoog naar Nescio, maar ik vond de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa. Mijn favoriete plek in Amsterdam is de Sarphatistraat omdat hier mijn eerste huis stond dat ik in mijn roman Alleen voor helden heb omgetoverd tot het ideale huis, bijna dan. Maar in het uiteindelijke item hebben ze alles wat verwijst naar Alleen voor helden eruit geknipt. Zij zijn de baas natuurlijk. |
| |
|
|
Met de speelfilms Laagland en Krokodillen in Amsterdam en de tv-serie Oog in Oog maakte Yolanda Entius in de jaren ’90 furore als regisseuse en actrice. Maria, Mark, Lisa,Theo, Ron en Douwe waren ooit bedoeld als personages voor een film. Maar Entius bedacht zich en maakte er haar romandebuut Rakelings van. Tekst Lizanne Croonen Fotografie Gerard van Bree Een krankzinnige roman over ontworteld raken en vechten tegen het noodlot. Hoe kom je erop? Rakelings gaat over je huis kwijtraken, omgaan met teleurstellingen. Dat is heel persoonlijk. Ik heb ruim tien jaar in een harmonieuze woongroep geleefd. Ik dacht dat ik oud met ze zou worden, maar dat hield op. Dan ging er toch iemand met zijn liefje samenwonen. In het boek is iedereen op zoek naar een nieuw nest. Theo raakt zijn broer kwijt aan de liefde. Mark is op zoek naar zijn wortels. Douwe is zowat alles kwijt wat hem lief is, zijn zoon bijvoorbeeld. Het personage Maria raakt ook stuurloos. Diep in mij zit een Maria, misschien wel in iedereen. Net als een Theo, of een Ron. Hiervoor schreef je scenario’s, je schrijft voor toneel en nu je eerste boek met als thema ‘het noodlot’. Is boeken schrijven jouw lotsbestemming? Op het ogenblik voel ik me meer schrijver dan scenarist. Ik was vroeger zo’n kwijlende puber die dagboeken vol schreef. Na Rakelings ben ik gelijk begonnen met een nieuw boek, een tweeluik over ‘afscheid nemen van een onmogelijke liefde’. Met schrijven houd ik nooit op. Ik kan gewoon niet anders en hopelijk verdien ik er dan een boterham met een héél klein beetje kaas mee. Maar ik zal wel altijd met één been in het toneel blijven. Dat heb ik ook gedaan in de twee jaar dat ik Rakelings schreef. Is er een groot verschil tussen het schrijven van scenario’s en het schrijven van boeken? Film gaat over beeld. Op beeld kunnen mensen niet denken, in een boek wel.. In Rakelings kruip je door de brieven van Maria in haar hoofd. Daarin komen haar radicale gedachten heel goed uit. Wat drijft iemand? Met die brieven kom je helemaal in Maria en voel je haar strakke regime. Dat had ik in een film niet zo duidelijk over kunnen brengen. Zou Rakelings verfilmd kunnen worden? Delen van het boek waren ooit de basis voor een scenario van een film. Dat scenario ging uit van het bijna-ongeluk van Maria, als ze over het zebrapad loopt. Dat is maar een kleine scène in het boek. Maar daar ben ik dus van afgestapt. In het boek zie je nog wel terug hoezeer ik in scènes denk, in personages en hun handelingen. Rakelings is erg character-driven. Dat leent zich dus nog steeds voor een film. Ben je bang om te vallen? Om afgemaakt te worden door recensenten? Nee, ik ben niet bang. Wel zie ik de lelijke koppen bijvoorbeeld al staan. In één van de laatste zinnen van het boek staat letterlijk dat elk verhaal een happy end heeft. "Het is een kwestie van op tijd ophouden of juist net iets langer doorgaan." Het is een schot voor open doel voor recensenten om daar iets lelijks over te zeggen; was er maar niet aan begonnen, bijvoorbeeld. Maar natuurlijk heb je een meesterwerk geschreven, toch? Ja, en tegelijkertijd weet ik dat dat niet waar is. Kritiek kan ik best goed hebben. Ik laat mijn werk bijvoorbeeld altijd lezen binnen mijn schrijfclubje De Salon. Die hebben we ruim acht jaar geleden opgericht met een stel scenario- en toneelschrijvers. We komen om de twee, drie weken bij elkaar. We zijn niet mild voor elkaar, maar wel liefdevol. Als je elkaar zo lang kent, kun je elkaar gemakkelijker wijzen op valkuilen. Dat vind ik niet moeilijk om te horen. Wat zeiden ze dan over Rakelings? Ze hadden kritek op de constructie, die was te ingewikkeld: brief, hoofdstuk, brief. Zit je er net lekker in, word je er weer uitgeknald. Daar heb ik wel wat aanpassingen gedaan. Nu is het helder en mag je bij de personages blijven. Nu wilden ze het in één ruk uitlezen. Maar ik kan ook begrijpen dat het niet jouw kopje thee is. Querido was gelukkig gelijk enthousiast. |
| |
|